Het pensioen dat uw werknemer opbouwde tot 1 januari 2026, is volledig over naar de nieuwe pensioenregeling. Voor partnerpensioen en wezenpensioen gelden aanvullende regels, net als voor tijdelijk ouderdomspensioen (TOP) in de sector Baksteenindustrie.
Dit zijn de aanvullende regels voor het partnerpensioen dat uw werknemer opbouwde tot 1 januari 2026.
Het partnerpensioen dat uw werknemer opbouwde tot 1 januari 2026, is omgezet in een pensioenvermogen voor de (ex-)partner. Dit pensioenvermogen beweegt mee met de economie. Daarom kan de hoogte van het partnerpensioen elk jaar wijzigen.
Overlijdt uw werknemer op of na 1 januari 2026? Dan berekenen we het partnerpensioen uit de DAP- en LAP-regeling voor iedereen op dezelfde manier. We maken geen onderscheid meer tussen de samenwonende partners en gehuwden of geregistreerde partners.
Overlijdt de (ex-)partner eerder dan uw werknemer? Dan is dit pensioenvermogen voor partnerpensioen bestemd voor een eventuele nieuwe partner. Voorwaarde is wel dat het ouderdomspensioen van uw werknemer nog niet is ingegaan.
Als uw werknemer met pensioen gaat, regelt uw werknemer het partnerpensioen voor overlijden na pensionering.
Bouwde uw werknemer partnerpensioen op tot 1 januari 2026? En gaan uw werknemer en partner daarna uit elkaar? Als uw werknemer en partner kiezen voor conversie (splitsen), voegen we het tot 1 januari 2026 opgebouwde partnerpensioen toe aan de pensioenpot voor de ex-partner.
Meer informatie over het partnerpensioen in de nieuwe regeling vindt u op de pagina Overlijden.
Dit zijn de aanvullende regels voor het wezenpensioen dat uw werknemer opbouwde voor 1 januari 2026.
Bouwde uw werknemer voor 1 januari 2026 pensioen bij ons op en overlijdt uw werknemer op of na 1 januari 2026? Dan krijgen de kinderen niet alleen wezenpensioen volgens de nieuwe pensioenregeling. Maar ook het tot 1 januari 2026 opgebouwde wezenpensioen. Het wezenpensioen beweegt mee met de economie. Daarom kan de hoogte van het wezenpensioen elk jaar wijzigen.
Het wezenpensioen stopt in de volgende situaties:
Kinderen die al wezenpensioen kregen, blijven dit ook na 1 januari 2026 ontvangen. Het wezenpensioen stopt in de volgende situaties:
In de oude pensioenregeling was het wezenpensioen maximaal 6,5% van de laatst vastgestelde pensioengrondslag. Had uw werknemer meer dan 4 kinderen? Dan gold een maximum van 26%, gedeeld door het aantal kinderen.
Overlijdt uw werknemer op of na 1 januari 2026? Dan geldt dit maximum niet meer voor het wezenpensioen dat is opgebouwd tot 1 januari 2026.
Meer informatie over het wezenpensioen in de nieuwe regeling vindt u op de pagina Uw werknemer overlijdt.
Heeft uw werknemer in de sector Baksteenindustrie gewerkt? Dan heeft uw werknemer mogelijk TOP opgebouwd. Dit tijdelijk ouderdomspensioen is bedoeld om eerder met pensioen te kunnen gaan.
Dit ouderdomspensioen loopt door tot uw werknemer 65 jaar is.
Dan hebben wij het TOP opgeteld bij de pensioenpot van uw werknemer. Het is daarom niet los zichtbaar in de persoonlijke omgeving.
Was uw werknemer voor 1 januari 2026 al (deels) arbeidsongeschikt? Dan is deze informatie van belang.
Had uw werknemer tot 1 januari 2026 voor (een deel van) de pensioenopbouw een premievrijstelling door arbeidsongeschiktheid (PVAO)? Dan blijven wij (dit deel van) de premie betalen.
Ontving uw werknemer voor 1 januari 2026 een arbeidsongeschiktheidspensioen of invaliditeitspensioen? Of een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen (AAP) in de sector Timmerindustrie of Natuursteen (onderdeel van de sector Afbouw)? Dit blijft zo. De uitkering gaat wel meebewegen met de economie.
Meer informatie over arbeidsongeschiktheid en het pensioen in de nieuwe regeling, vindt u via de pagina Uw werknemer wordt arbeidsongeschikt.